Choreograferen met subwoofers
Interview in Dansmagazine met Anthony van Gog
Voor de rubriek Rafelranden van Dansmagazine ging Mirjam van der Linden in gesprek met Anthony van Gog over zijn nieuwste werk The quiet.
Donderdag 16 april 2026
Performancekunstenaar Anthony van Gog wil de toeschouwer laten voelen wat er in de lichamen van zijn performers gebeurt. In festival SPRING gaat zijn nieuwe productie in première: The quiet. Op zoek naar verbinding en vrijheid.
Door Mirjam van der Linden
Hij had zomaar ook astronaut of boeddhistisch monnik kunnen zijn. Want naast een carrière als acteur waren dat de levenspaden die Anthony Van Gog ambieerde als middelbare scholier. Na het lezen van Het Tibetaanse Dodenboek en een halfjaar natuur- en sterrenkunde en wiskunde in Utrecht (‘de studieachtergrond van de man die een robotarm op het Internationaal Ruimtestation bestuurde’) koos hij op zijn achttiende voor de bacheloropleiding tot performer aan de Toneelacademie Maastricht. Die sloot hij in 2019 af met Breathing Piece, een ‘ademhalingspartituur’ van veertig minuten voor hemzelf en studiegenoot Maarten Heijnens. Inspiratiebron: een hyperventilatieaanval.
In festival SPRING presenteert de nu 29-jarige performancekunstenaar alweer de derde productie sinds zijn afstuderen: The quiet. Met zijn zachte Vlaamse tongval en zorgvuldige manier van spreken komt Anthony vriendelijk en bedachtzaam over. Zijn achternaam, zonder de ‘h’ van de beroemde schilder, heeft tot eindeloze grappen over zijn oren geleid. ‘Ja, ik heb beide nog.’ Tegenwoordig studeert hij weer. Filosofie, aan de Universiteit van Antwerpen, zijn thuisstad. ‘Grote filosofische werken kunnen me raken zoals kunst me raakt en me net als kunst een nieuw inzicht in de wereld geven.’
Verwondering zonder formule
Anthony groeide op in Riemst, net over de grens bij Maastricht. Als je bedenkt waar hij nu staat, vraag je je stiekem toch af wat voor kind hij was, daar in dat boerendorp. Het samengestelde gezin was groot met, behalve een eigen zus, vier stiefzussen en drie stiefbroers. Een deel van hen is half-Omaans en islamitisch. ‘Het was verrijkend om verschillende culturen binnen te krijgen’, vertelt Anthony. ‘Toch was ik niet zo anders dan andere kinderen van mijn generatie. Je vulde je dagen met huiswerk, buiten spelen, gamen en veel onlinecommunicatie. Ook met mode hield ik me graag bezig. Ik spijbelde om te gaan winkelen in de grote steden. Of om naar de McDonalds te gaan.’
Een performance die hij zag bij DOX, het Utrechtse platform voor talentontwikkeling in de podiumkunsten, veranderde zijn koers: ‘Dit wil ik!’ Van de keuze voor de kunsten heeft Anthony geen spijt: ‘Er is een link tussen astronomie, boeddhisme en kunst. Noem het ‘de verwondering over de wereld’. Dat heeft de kunstenaar gemeen met de astronaut die de aarde verlaat en de Tibetaanse monnik die boven op een berg mediteert. Maar in zowel de astronomie als het boeddhisme zit een soort reductie van het leven, een weglopen van het leven. In het boeddhisme moet je een zeer dogmatisch pad volgen om tot geestesverruiming te komen, in de astronomie wordt de verwondering over het heelal gereduceerd tot formules, techniek en technologie. Ik ging me realiseren dat kunst vrijer is. Er is geen formule voor. Kunst probeert het vitale, de complexiteit, de ambiguïteit van het leven aan te grijpen. Met filosofie kun je daar vervolgens weer dieper – systematisch en methodisch – op doordenken.’
Filosofie legt volgens Anthony ‘een bodem’ onder zijn werk. Op dag 1 van de repetities loopt hij met een AH-tas vol filosofieboeken de studio in en geeft een lezing. ‘Die is vast vrij onbegrijpelijk en toch grijpen we er in de weken daarna grappig genoeg regelmatig op terug.’
Live in de ruimte
Performance studeren, dat was een sprong in het diepe. Anthony: ‘Ik was superjong, begreep niet echt wat het was. Iedereen maakt tegenwoordig ‘performances’. Het begrip is gepopulariseerd. Daarom heb je soundperformances, bewegingsperformances, theaterperformances, lectureperformances en ga zo maar door.’ Performance lijkt soms inderdaad een etiket voor alles wat we niet goed kunnen plaatsen. Performancekunst kent een (eeuw) lange ontwikkeling, eerst vooral in de context van de beeldende kunsten, later ook in de context van theater en muziek. Non-conformistisch, met live acties door de kunstenaars, interdisciplinair, en publiek dat onderdeel van het concept uitmaakt: dat zijn zo’n beetje de meest standvastige kenmerken. Ook deze omschrijving laat nog veel ruimte voor invulling en interpretatie.
De performanceopleiding in Maastricht is ingebed in een theateropleiding, en daar is Anthony achteraf gezien erg blij mee. In de kiem, en dat klinkt bedrieglijk simpel, is performance voor hem: ‘iets live maken, in de ruimte.’ Anthony: ‘Je bent in een omgeving en die constellatie verander je. Dat is je medium, heel kaal dus. Ook theatermaken is scheppen vanuit het niets. Met licht, geluid, tekst, spel, beweging ben je in wezen gewoon bezig om zelf de realiteit vorm te geven in wat bij aanvang niet meer is dan een black box. Maar als je iets in de ruimte plaatst, moet je je daartoe verhouden, wil je jouw publiek blijven boeien. Veel performancekunstenaars begrijpen niet wat spanning is. Ik ben altijd bezig spanning op te bouwen en los te laten, en dat doe ik aan de hand van geluid, licht en beweging. Ik volg niet de dramaturgie van een bepaald verhaal of narratief, maar zoek met deze elementen telkens weer mijn eigen dramaturgie.’
Naar al deze elementen doet Anthony onderzoek voordat hij een stuk in de studio gaat ‘bouwen’. Meestal begint hij met het geluidsonderzoek ‘omdat geluid de atmosfeer van een stuk bepaalt en dus veel impact heeft.’ Na de ademhaling in Breathing Piece (2019) kleurde in Heartscore (2021) de hartslag van de twee performers de ruimte en vulde die ruimte zich in crowdkill (2023) met een breder palet: een combinatie van omgevingsgeluiden afkomstig van publiek dat binnenkomt, rondloopt en op de grond gaat zitten, en geluiden die de performer maakt als hij beweegt. Niet alleen zichtbare, explosieve bewegingen zoals wild rollen lieten zich via microfoons horen, maar ook minimale, bijna onzichtbare bewegingen van spieren die zich hard aanspannen en weer ontspannen.
Voelen via geluid
Maar geluid bepaalt niet alleen de atmosfeer. Geluid is voor Anthony vooral een middel om het publiek dicht naar het lichaam van de performer te brengen. ‘Mij draait het in beweging om fysicaliteit. Niet om passen of sequenties van passen, zoals in veel dans. Ik zoek naar lichamelijke sensaties, zoals hartslagen en spierspanning. Die probeer ik te ‘veruitwendigen’, voelbaar te maken, met behulp van licht en geluid.’
Opvallend, en inmiddels een handelsmerk, is dat de lichaamsgeluiden via subwoofers als lage bastonen naar buiten dreunen. ‘Toef toef toef. De hele ruimte vibreert mee: het licht, de grond, de borstkas van de toeschouwer. Je voelt wat de performer doet.’ Behalve dat bastonen diep resoneren en daarmee uiterst geschikt zijn om een fysiek appel op de toeschouwer te doen, ervaart Anthony ook een mystieke dimensie in dit type geluid: ‘De bas kan van alles zijn. Ze komt van beneden, van laag, en kan rustig en aards zijn, maar ook dreigend.’ Is hier dan toch nog een link met de monnik in hem en het brommende, laagfrequentie geluid dat bij diepe meditaties te horen is?
In crowdkill werkte het dominant aanwezige geluid in elk geval suggestief en vervreemdend. Het trekt je aandacht naar de huid van de performer en de wereld achter die huid, maar doet je ook afvragen wie of wat dat lichaam is. Een zelfstandige entiteit, met de performer als speelbal van een innerlijke kracht? Wat drijft de performer, wat gebeurt er in zijn lichaam? Anthony: ‘Martin Heidegger stelt dat horen de oorsprong van het zijn is, onze eerste moment dat we begrip hebben. Andere filosofen vertrekken vanuit het spreken van een taal, of vanuit het lichaam of de metafysische dimensie, maar hij zoekt het begin dus in geluid. Superinteressant!’
Omdat het beeldende aspect van een performance ook van groot belang is voor Anthony vormen de subwoofers altijd een krachtig visueel element in de ruimte. Als kader om de speelvloer, of – zoals in De Pont, museum voor hedendaagse kunst in Tilburg – gestapeld tot een toren, of beter: een rots. Anthony reageerde hier met live actie op de expositie War and Peace van Beatriz González. Tussen de schilderijen misstond zijn zwarte object niet, toevluchtsoord voor anonieme, in zwarte hoodies gehulde performers.
Intimiteit delen
Met The quiet wil Anthony nog een stap minimaler gaan in zijn streven het onzichtbare voelbaar te maken. In dit nieuwe stuk, met drie performers liggend op een verhoogd plateau, legt hij zijn vergrootglas op ervaringen als koorts, rillingen, slapeloosheid, vermoeidheid en opwinding. De publiciteitstekst spreekt van ‘de stilste bewegingen van het lichaam’, van ‘een stilleven in beweging’. De subwoofers zullen hun rol weer opeisen en de huid van een performer zal worden ‘beschilderd’ met licht. Hiervoor is geëxperimenteerd met een speciale lamp waarin elke pixel apart kan worden bestuurd.
De keuze voor verstilling heeft te maken met het huidige tijdsgewricht. Anthony: ‘Het is een beetje een publiciteitstekst, dat ‘stilleven’, maar natuurlijk zit er een kern van waarheid in. De wereld wordt overschreeuwd. Er is zoveel gaande op het moment en in zo’n rap tempo. Daarbij zijn we ons lichaam ook steeds meer aan het ‘vergeten’ door de digitalisering en de medicalisering. We communiceren online – ook wij nu weer, jij vanuit Amsterdam, ik vanuit Antwerpen, heel handig, daar niet van – en als het niet goed gaat met ons lijf stoppen we er een pil of een spuit in. We geven ons lichaam, onszelf uit handen.’
Door nog verder in te zoomen op het lichaam hoopt Anthony performers en publiek een sterk gevoel van verbinding – een gedeelde werkelijkheid – te geven. Want, zo zegt hij: ‘In al mijn performances zoek ik naar wat mensen delen. En onze grootste gemene deler is nu eenmaal het lichaam, en dan in het bijzonder de meest intieme ervaringen zoals slapen en dromen. Iedereen slaapt en droomt. En hoewel ik anders slaap en droom dan jij, geloof ik dat er in dat soort extreem particuliere en intieme momenten paradoxaal genoeg een zekere universaliteit zit.’
Beperkt houdbaar
Het zoeken naar verbinding met de wereld om je heen door over de grenzen van het particuliere en het intieme heen te kijken, heeft een hoge mate van vrijheid in zich. Althans: zo voelt dat als je Anthony hoort praten. Naast verbinding is vrijheid ook letterlijk een woord dat regelmatig terugkeert in het gesprek. Anthony werd de afgelopen jaren ondersteund door PLAN, een samenwerkingsverband van elf culturele partners in Brabant, en werkt onder de vleugels van DansBrabant (Tilburg). Voor The quiet is WArd/waRD coproducent. Een concept waar hij nu al een paar jaar omheen cirkelt, is de ‘selfless body’, het zelfloze lichaam ofwel het lichaam zonder zelf. Ook dat lijkt een oproep tot vrijheid.
Anthony: ‘Absoluut, dat klopt. In het hedendaagse discours gaat het extreem over identiteit. Wie ben je? Identiteit wordt neergezet als iets statisch, iets ‘gestolds’. Daar ben ik het helemaal niet mee eens. De mens is flexibel en in staat ergens ‘nee’ tegen te zeggen. Je verandert met het leven mee, ik geloof ook niet dat er in ons een vaste kern zit. De naaktheid en ontvankelijkheid die we als baby hebben, lopen door. Hoop ik. Je roots beginnen bij je geboorte en vanaf dat moment staat de wereld voor je open. De zoektocht naar je roots is in wezen iets beperkends.’ En dan, lachend: ‘Dit interview gaat een portret worden en dan mijn identiteit uitmaken. “Dit is Anthony van Gog.” Disclaimer: beperkt houdbaar. Over een paar jaar denk ik er hoogstwaarschijnlijk weer anders over.’
The quiet speelt 20, 21 & 22 mei in Theater Kikker tijdens SPRING Performance Arts Festival, 14-23 mei, Utrecht. Zie: www.springutrecht.nl.