BAKENEKO: de nieuwe voorstelling van Charlotte Goesaert

12 december 2025 – Dansmagazine – Tekst Iris Peters, fotos Clara Hermans

De Belgische choreograaf en danser Charlotte Goesaert (1987) grijpt met BAKENEKO haar eigen leven aan om een beladen onderwerp collectief bespreekbaar te maken. Met geprojecteerde beelden die herinneringen oproepen, audiofragmenten, een per sonlijke brief en een heropvoering van haar eerste podiumdans als zesjarige.

tekst Iris Peters foto’s Clara Hermans

Zie je aan een kind of het gelukkig is?

Of dat er iets speelt?

Wat zegt het lijf?

Wat zegt een schokkerige adem?

Handen die friemelen?

Spaghettibenen?

‘Niet alle herinneringen zijn talig’, zegt iemand op tape. ‘Sommige herinneringen sla je op in je lijf.’ Hoe maak je precies dat invoelbaar en bespreekbaar voor een groep mensen die hier (mogelijk) verder van afstaat?

Charlotte Goesaerts eerdere werk is rauw, expressief, humoristisch en bovenal menselijk. Ze zet thema’s in waar men en (ogenschijnlijk) liever van wegkijken: lichamen die niet goed meer werken, intimiteit, objectivering van het lichaam, en ook falen.

 Het lijkt of al dit vroegere werk een soort vooronderzoek heeft gevormd voor BAKENEKO, die 30 oktober in première ging. Haar nieuwste voorstelling, die meer reflectief en poëtisch is, gaat over de onzichtbare beperking van het lichaam en spreekt onze collectieve verantwoordelijkheid rondom seksueel kindermisbruik en verwaarlozing aan.

‘Bakeneko’ is een Japanse term voor een fictieve kat en metafoor voor de gevolgen die je kunt ondervinden van het mishandelen van wezens die kleiner en zwakker zijn dan jezelf. Het is ook de titel van je nieuwe voorstelling, die je een fysieke documentaire noemt. Je gebruikt videobeelden die geprojecteerd zijn op doek, sokkels of luxaflex, waardoor ze nooit helemaal scherp zijn, al maken ze soms de scherpte wel voelbaar. Alsof het gefragmenteerde herinneringen zijn die naar de oppervlakte komen en zich dan weer in de achtergrond verstoppen. Waarom wilde je op deze manier met videobeelden werken?

‘Deze videobeelden komen voort uit de gesprekken die ik heb gevoerd met kinderen en professionals tijdens het vooronderzoek van deze voorstelling. Omdat het seksueel misbruik zich vaak binnen huis afspeelt, gingen we naar buiten. Op de beelden zie je daar fragmenten van: een stuk natuur, een doorsnee straat met auto’s, een hond die je vrolijk aankijkt.

Documentaire is voor mij het ontluiken van wat we nog niet willen aanraken, daarom hou ik daar zo van.

Ik werk eigenlijk altijd aan de hand van interviews. Voor het onderzoek van mijn eerste voorstelling over het onderwerp falen (EPIC FAIL, 2016 – red.), ging ik de straat op met een handycam en vroeg men en: waar ben je bang voor? Voor mijn voorstelling I-object (2021) interviewde ik twaalfjongeren en seksuologen over seks en intimiteit. En voor watcha-macallit (2023) interviewde ik professionele en niet-professionele performers over hun lichaam. Flarden uit deze gesprekken hoorden de bezoeker terug uit de kastjes, die de performer op hun lijf hadden hangen, waardoor het gezegde héél dichtbij kwam. Het is een craft die ik ontwikkeld heb, die goed bij mij past.

Ik ben danser en dansmaker, maar dans kan wel eens afstandelijk voelen. Mensen kijken vol bewondering naar het virtuoze danslichaam en plaatsen dat op een voetstuk

Ik denk dat de inbreng van documentaire een manier is om de mensen die op het toneel slaan te verbinden met degenen die hiernaar kijken. De tekstfragmenten en beelden geven de toeschouwers ruimte om hun eigen ervaringen mee te nemen in het onderwerp.

Eigenlijk combineer ik altijd interviews met fysieke handelingen. iNet alleen op het podium, maar ook tijdens de interviews zelf. Voor BAKENEKO liet ik een kind drummen terwijl ik haar interviewde of liep ik met een strafrechter die ook jager is door het bos. Zij zitten dan niet alleen in hun hoofd, maar ook in hun lijf. Dat wat zij meedragen in hun lichaam, wat er onderhuids allemaal speelt, werkt door in het interview en uiteindelijk dus ook in de voor telling.’

Gaandeweg wordt duidelijk dat je eigen verhaal de aanleiding is geweest voor deze voorstelling. Dat dringt echt door met de voicemail berichten over het maken van een afspraak met ene Chris. Steevast afgesloten met ‘warme groet, Charlotte’. Hoe kan dans herinneringen die in het lichaam opgeslagen zijn, trauma’s, uitdrukken? Stokt je lichaam juist niet?

Een traumalichaam reageert óf met verlamming, óf met een hyperarousal: een staat van verhoogde spanning waarbij je zintuigen hyperactief zijn. Je ervaart constant die splitsing van het verleden waar et lichaam ook nu nog op reageert en de verwarring daarvan.

lk heb mijn eerste voorstellingen in een soort hyperarousal er uitgegooid. Mijn lichaam is ook het lichaam van een overlever. Maar deze keer wilde ik meer reflecteren en op het podium gewoon ZIJN. Ik beweeg me nu tussen verschillen de herinneringswerelden. Ik dans, loop, praat, stel vragen aan het publiek, telkens in verschillende energieën, alsof ik ver schillende personen ben. Ik plukte hier voor bijvoorbeeld inspiratie uit de filmpjes van Miranda July en het choreografische werk van Pina Bausch en Martha Graham. De verwarring die ontstaat bij het publiek refereert aan hoe verwarrend het lichaam van een overlever is.

Als je vroegtijdig overweldigende ervaringen meemaakt, dan maken je hersenen een soort kortsluiting. Hierdoor ontstaan er vreemde, onlogische verbindingen, die langdurig en herhalend kunnen zijn. Op het moment zelf treed je buiten je lichaam, om het later te verwerken. Dit principe paste ik ook toe in mijn voorstelling. Na de persoonlijke brief waaruit ik voorlees wat me is overkomen, loop ik naar het publiek toe en vraag of ze me mooier vinden met blond of rood haar. Als iemand te zeer in het trauma blijft hangen, dan vraagt de psycholoog of diegene alle gele punten in de kamer wil opnoemen. Zoiets kalmeert je systeem en brengt je weer terug in het hier en nu, waarna het verwerken pas kan beginnen.’

Soms zien we je ook verstoppen, huppelen en dansen als een kind. Het zijn de kwetsbaarste momenten…

‘Ik wilde de voorstelling met Het Kind maken. Het kind dat ik was. Mijn eigen ik. Maar ook met andere kinderen: je ziet dat ik een kind projecteer op mijn blote buik. Je draagt jezelf als kind altijd met je mee. Op het laatst dans ik zelfs het dansje dat ik als zesjarige opvoerde, toen ik voor het eerst op een podium stond. Als kind was dans mijn overlevingsstrategie.’

Op een gegeven moment dragen toeschouwers op jouw verzoek op het podium projectieschermen. Zij houden versnipperde herinneringen omhoog aan het eeuwig boenen van handen. Welke keuzes maak je als je met je persoonlijke verhaal een maatschappij ontwrichtend thema collectief bespreekbaar wilt maken?

“Wil je me helpen?’, vroeg ik aan de mensen die het scherm droegen. En dat was fysiek best zwaar om te doen, maar ze deden dit voor mij. Door dit soort kleine interacties betrek ik ze bij het verhaal. Ik wil dat men en voorbij hun verbazing kijken. Dat ze niet even de sensatie van het verhaal voelen en daarna weer doorgaan met hun leven. Maar dat ze lichaamstaal leren lezen, op hun intuïtie afgaan en wat ze zien constant bevragen. Drie op de tien kinderen ervaart volgens het Nederlands Jeugdinstituut seksueel grensoverschrijdend gedrag. Het is verweven met ons leven. We groeien op met kinderen die dit meemaken of hebben meegemaakt. We zitten er met z’n allen middenin. Dus ik betrek het publiek door alledaagse vragen te stellen: Had je vroeger een koosnaampje? Of: Hoe werd jij getroost. Misschien vinden mensen zo de moed en woorden om een gesprek aan te gaan. En kijken ze niet passief de andere kant op.